Dikke reet
22/01/2010
Vroeger, toen ik nog een jonge deerne was, was ik “Dikke reet”. Dikke reet? Ja, dikke reet! Ik deed waar ik zin in had, hield met weinig mensen rekening en ging figuurlijk gezien met mijn middelvinger omhoog door het leven. Ik noem dit het Dikke Reet Syndroom.
Destijds had ik het niet zo door, maar in retrospectie was het een heel prettige manier van leven. Alles draaide om mij, mijn kledingkast, mijn lichaam (dat ik retestrak probeerde te houden door te hockeyen) en of ik tevreden was met wat ik deed of niet. Had ik ergens geen zin meer in op werk- of studiegebied? Ik stopte gewoon. Niemand had iets te maken met wat ik studeerde of wat ik deed voor werk, als ik er maar tevreden mee was.
Tevreden was ik met mijn werk. Ik gaf les aan pubers en kwam erachter dat het Dikke Reet Syndroom in ieder geval op je twaalfde al flink aanwezig is. Ik moest wel om mijn leerlingen en hun egocentrisme lachen (want: herkenning!) en probeerde ze zoveel als mogelijk bij te brengen van onze prachtige Nederlandse taal. Ik weet niet of dit gelukt is. Dat moet je toch echt aan mijn oud-leerlingen vragen.
Nu ben ik Moeder en is het heel Dikke Reet Syndroom als sneeuw voor de zon verdwenen. Het draait niet meer om mijn welbevinden, maar om het welbevinden van mijn drie zoontjes. Zolang zij gelukkig zijn, ben ik dat ook! Ik had je voor gek verklaard als je me tijdens mijn Dikke Reet zijn had verteld dat ik later, als ik groot zou zijn, als favoriete vakantiebestemming Landal Greenparks op de Veluwe zou hebben! Nu wil ik geen kwaad woord meer over Landal horen en dit zegt genoeg, lijkt mij.
Het Dikke Reet zijn heb ik ingeruild voor het hebben van een dikke reet. Op de een of andere manier hebben twee zwangerschappen niet bijgedragen aan het hebben van een goed figuur en ben ik in plaats van retestrak nu normaal gebouwd, zoals elke Hollandse moeder is. Helaas staat deze gezonde, Hollandse bouw garant voor een blubberbuik (te verdoezelen met kleding), striae (zie je niet als ik kleding aan heb), hangtieten (ze hingen ineens na de geboorte van Mees!) en een Hollandse Moeder Kont.
Met al deze tekenen van lichamelijk verval kan ik prima leven, maar mijn dikke reet is me een doorn in het oog. Sinds een jaar ben ik de niet-zo-trotse bezitster van een brede, platgeslagen Hollandse Moeder Kont. Wat ik ook aantrek, het staat niet meer zo leuk als vroeger. Waar ik vroeger de meeste spijkerbroeken prima paste, moet ik nu heel erg goed letten op de snit en de kontzakken. Let ik hier niet op, dan loop ik het gevaar dat het platte brede van mijn bevallige achterste alleen maar geaccentueerd wordt en dat is niet de bedoeling. Geloof mij!
En toch…Toch interesseert het hebben van een dikke reet me lang niet zo als ik nu doe voorkomen. Er zijn veel ergere dingen dan de Hollandse Moeder Kont! Mijn kinderen zijn honderd, nee duizend, keer belangrijker dan mijn achterwerk, de relatie met Abe is tig keer belangrijker dan mijn achterwerk en ik kan me niet meer indenken dat ik vroeger met het Dikke Reet Syndroom door het leven walste.
Tegen iedereen die er maar niet aan wil dat ik nu toch echt anders in het leven sta dan vroeger in het pre-kinderen-tijdperk wil ik alleen maar zeggen: “Dikke reet!”