Toevallig tante

22/01/2010

Gistermiddag kreeg ik een erg leuke sms van mijn zusje. Ze was bijna veertig weken zwanger (wist ik al) en haar vliezen waren gebroken! (wist ik niet.) Spanning alom en ik bleef de rest van de middag en avond behoorlijk hyper. Ik zou tante worden! Ik was al een hoop: kind van, kleindochter van, zus van, nicht van, achternicht van, vriendin van, vrouw van, moeder van, maar tante was ik nog niet.

Hoe zou het zijn om tante te zijn? Toevallig had ik geen idee. Het is bijzonder als een goede vriendin zwanger is en moeder wordt, maar dit komt niet in de buurt van je zusje dat zwanger is en moeder wordt. Een vriendin kan mij geen tante maken, de buurvrouw ook niet, maar mijn zusje is en blijft de enige die deze schone taak op zich kan nemen. Dit heeft ze gedaan en hoe! De bikkel is nog even, zeg een week, voor de bevalling verhuisd, heeft nergens over geklaagd en was een gezellige zwangere. En ik? Ik was een trotse zus van een gezellige zwangere! Ha, ik zou toevallig wel tante worden ja!

Maar goed, over op de orde van de dag. Hyper en stuiterend heb ik op Hét Telefoontje gewacht, maar uiteindelijk ben ik toch in slaap gevallen.

Rond half drie ging mijn telefoon en ik heb nog nooit zo snel in slapende toestand een sprint getrokken om op te nemen. Het was mijn zusje met goed nieuws! Benjamin Jack is geboren! Ik kreeg bijna een toeval van blijdschap en ben nog nooit zo trots geweest op haar. Mijn kleine zusje dat vroeger het bloed onder mijn nagels vandaan trok heeft van mij een trotse tante gemaakt! Bizar en geweldig.

Even wat data op een rij:

16 maart: Verjaardag van Steijn en Hugo. Toevallig is dit ook de sterfdatum van Opa van Kreuningen.

6 december: Uitgerekende datum van Mees. (hij is acht dagen eerder geboren dan uitgerekend). Toevallig was dit de verjaardagsdatum van Opa Jonker.

22 januari: Benjamin is geboren! Toevallig is dit ook de sterfdatum van Opa Jonker.

Toeval? Ik weet het niet. Het enige wat ik weet is dat ik toevallig een hele trotse tante van Benjamin ben en dat hij toevallig hele leuke en goede ouders heeft uitgezocht die hem op gaan voeden. Ben, maak je borst maar nat! Toevallig ben ik je tante en ga ik je allemaal dingen leren waar je ouders helemaal niet blij van worden, maar daar ben ik je tante voor. Opvoeden doe ik wel bij mijn eigen kinderen!

Mocht je dit een heel warrig stuk vinden om te lezen, dan kan dat goed kloppen. Ik ben nog een beetje hyper en heel erg blij, omdat ik tante ben geworden vandaag. Toevallig wel ja!

Operatie Mees

22/01/2010

Mees is geboren met een fibroom op zijn borstje. (een fibroom ziet eruit als een uitstulping op de huid) De kinderartsen in het streekziekenhuis hadden zoiets nog nooit gezien en wisten niet wat ze met “dat ding” moesten , dus werden we doorverwezen naar het Sophia Kinderziekenhuis.

Zelf heb ik me vanaf de eerste minuut dat ik Meesje zag me geen zorgen gemaakt om het Extra Stukje Mees, zoals we het liefkozend zijn gaan noemen. Het zag er niet vies uit, het was gewoon een beetje meer Mees dan dat we hadden verwacht. Mees heeft er zelf ook nooit last van gehad, maar toch moest het weggehaald worden omdat het “niet helemaal normaal” was om zo’n bakfoutje te hebben. Voor mij heeft het Extra Stukje Mees altijd bij hem gehoord, net als zijn flapoortjes en ellenlange wimpers.

Maar goed, we hebben veertien maanden mogen genieten van het Extra Stukje Mees en onlangs is het operatief verwijderd. Het arme mannetje moest onder algehele narcose en wat was hij dapper! Zonder te morren kon ik hem zijn ziekenhuispyjama aantrekken (maatje Heel Erg Groot), hij heeft bij Abe en mij op schoot met grote ogen om zich heen gekeken en vond het hele circus maar wat interessant. Hij piepte even toen hij de naald voor het infuus in zijn handje kreeg, maar dat was het dan ook.

Direct na het inbrengen van het infuus kreeg hij de narcose toegediend en wat was dat naar om te zien! Binnen een paar seconden verslapte hij en werd hij op een operatietafel gelegd als een slappe pop die toevallig hetzelfde gezichtje en lijfje had als mijn zoontje. Helemaal flabbergasted en wazig liep ik terug naar de afdeling, alwaar ik ook niet wist wat ik moest doen. Uit ellende heb ik maar een sigaret gerookt beneden en ben na mijn paffertje maar weer naar boven gelopen.

De kinderarts kwam me ophalen en vertelde dat de operatie goed was gegaan. Mooi! Ik mocht naar de verkoeverkamer om bij Mees te zijn als hij wakker werd en ik ben op een drafje daar naartoe gegaan.

Wat is het apart om je kind te zien ontwaken uit een narcose! Zijn ogen (met de lange wimpers) gingen open, maar Mees was er nog niet. Ik vond het maar wat eng om een hele lege blik in zijn oogjes te zien, maar gelukkig ging hij al snel steeds meer als zichzelf kijken.  Hij kreeg direct enorme dorst (niet zo gek als je zes uur geleden voor het laatst wat gedronken hebt!), lurkte een boel glucosewater weg en lag als een koalabeertje stevig tegen me aan. Tijd om weer naar de afdeling te gaan!

Binnen een paar uur was Mees weer helemaal zichzelf (in tegenstelling tot zijn moeder) en mochten we weer naar huis. Ik wiebelend op mijn benen, Mees met een grote pleister op zijn borst en Abe die ons (vooral mij) ondersteunde.

Een dag later ben ik nog helemaal emotioneel van de operatie en jank om alles en niets, maar Mees heeft nergens last van. Hij is net zo vrolijk als altijd, eet net zoveel als altijd (vreetzakje!) en geint met zijn broertjes als altijd.

Gezien het bovenstaande kan ik niet anders dan concluderen dat Mees een stuk flinker is dan zijn moeder!

Slaap kindje slaap

22/01/2010

“Slaap kindje slaap”, wie is er niet groot geworden met het liedje? Ik in ieder geval wel en volgens mijn moeder werkte alleen al het zingen van de eerste regel als een rode lap op een stier voor mij als twee jarige.

Ook al zijn alle kinderen verschillend en is het eigenlijk een onzinnige opgave om kinderen met elkaar te vergelijken, peuters zijn peuters. Zo erg als ik het woord “slapen” vond, zo erg vindt Hugo het ook. Hoe moe hij ook is, hij heeft geen slaap. Zegt hij. Helaas denk ik daar toch echt heel anders over.

Even een flashback naar gisteravond: Hugo was moe, maar deed er alles aan om zichzelf wakker te houden. Het ene moment had hij pijn in zijn vinger, dan was het weer pijn in zijn hoofd, maar het kon ook een boek zijn dat per sé beneden moest liggen en de afsluiter was dat de stoel op zijn kamer niet goed stond. (die stomme stoel stond gewoon op de plek waar hij altijd staat!) Uiteindelijk is hij van pure uitputting boven aan de trap in slaap gevallen, maar hij bleef slaapdronken volhouden dat hij toch echt niet moe was toen ik hem naar zijn bed tilde!

Terug naar nu:  Hugo heeft te weinig geslapen vannacht en dat was vanochtend goed te merken. Niets was goed, alles was fout en moest anders. Luid gapend en in zijn ogen wrijvend hield hij vol dat hij echt niet moe was. Echt waar!

Net kwam hij doodop thuis van de peuterspeelzaal en de leidster had al verteld dat Hugo inderdaad erg moe was en graag naar huis wilde. Dikke prima, maar ik merkte aan zijn manier van reageren dat hij in een “nee-bui” was. Ik zag de bui al hangen en probeerde hem af te leiden, maar wederom was niets goed. Toch had hij echt geen slaap! Zei hij.

Uiteindelijk heb ik hem na veel gedoe naar boven gekregen, maar dat kon alleen met de belofte dat hij écht niet hoefde te gaan slapen, maar dat hij een boekje mocht lezen in bed. Dit was goed, maar hij had echt geen slaap. Zei hij.

Wat gebeurde er toen hij boven was? Hij ging in zijn bed liggen, mompelde dat hij echt niet ging slapen (hij had tenslotte geen slaap), deed zijn ogen dicht en lag luid te snurken toen ik nog bezig was om Mees uit te kleden.

Toch heeft hij echt geen slaap. Zegt hij!

Slaap lekker lieve Huug!

Kan je je nog herinneren dat je als kind altijd te horen kreeg dat de jeugd van tegenwoordig er zo slecht aan toe was? Ik wel! Ik ben van de patat-generatie en heb ontelbare keren te horen gekregen dat ik opgroeide voor galg en rad en wat “moest er in hemelsnaam van me terecht komen?”

Terecht ben ik gekomen en ik ben niet opgegroeid voor galg en rad. Weliswaar kan ik veel onafgemaakte studies achter mijn naam schrijven, maar ik ben nooit aan de drugs, alcohol (incidenten daargelaten) en prostitutie gegaan. Oké, ik ben van de nietsnutterige patat-generatie een van de laatste vrouwen die uit eigen vrije wil Thuis Blijf Moeder (huisvrouw dus) is geworden, maar dat wil niet zeggen dat ik mijn dagen soaps kijkend en hangend voor de buis doorkom. Nee! Ik doe er alles aan om activiteiten met mijn kinderen te ondernemen en ben altijd met ze bezig als ze wakker zijn. Geloof me: drie peuters om je heen en al jenietsnutterige luiheid verdwijnt als sneeuw voor de zon!

Ik doe hard mijn best om zelf niet negatief naar de jeugd van tegenwoordig te kijken en dit lukt vrij aardig. Doorgaans ben ik dol op kinderen en probeer ik om open te staan voor veranderingen. Op zich sta ik dit wel, behalve als het om de Nederlandse taal gaat! Ik kan me groen en geel ergeren aan uitdrukkingen als: “Ik doe gewoon mijn ding”, “oppimpen” en alle andere uitdrukkingen die letterlijk (verkeerd) uit het Engels overgenomen worden.

Nu heb ik drie bloedjes van kinderen die volop bezig zijn met hun taalontwikkeling. De woordenschat van alledrie wordt steeds groter, met Steijn en Hugo kan ik aardige gesprekken voeren (krijg niet meer alleen “ja” of “nee” als antwoord!) en Mees leert er elke dag nieuwe woorden bij.

Ik zie mijn jonkies veel en praat nog meer met ze, dus waarschijnlijk zal ik een grote invloed hebben op hun woordenschat. Helaas hou ik er een behoorlijk gekleurd taalgebruik op na en doe ik mijn best om niet met schuttingwoorden in het bijzijn van mijn kinderen te praten. Tenslotte zijn zij over een paar jaar de jeugd van tegenwoordig en je kan maar beter meteen het goede voorbeeld geven! Toch?

Ik geef dus niet het goede voorbeeld. Op een aantal gebieden zal ik dat vast wel doen, maar niet als het op taal aankomt! Helaas beschikken alledrie mijn kinderen over een woordenschat die niet echt sjiek te noemen is. Zo zeggen ze “shit” of “fuck” als er iets valt (ik meende Meesje van veertien maanden vandaag toch echt iets van “shit” te horen zeggen!), “godsamme” is ook geen onbekend woord in de peutervocabulaire en “krijg nou de hik” gebruiken ze als iets niet lukt.

Dit is het bewijs dat de toekomstige jeugd van tegenwoordig verloedert! Helaas speel ik daar een veel grotere rol in dan mij lief is en kan ik niet met een vinger wijzen naar mijn kinderen die voor galg en rad opgroeien, maar kan ik alleen maar naar mezelf wijzen.

Shit.

Dikke reet

22/01/2010

Vroeger, toen ik nog een jonge deerne was, was ik “Dikke reet”. Dikke reet? Ja, dikke reet! Ik deed waar ik zin in had, hield met weinig mensen rekening en ging figuurlijk gezien met mijn middelvinger omhoog door het leven. Ik noem dit het Dikke Reet Syndroom.

Destijds had ik het niet zo door, maar in retrospectie was het een heel prettige manier van leven. Alles draaide om mij, mijn kledingkast, mijn lichaam (dat ik retestrak probeerde te houden door te hockeyen) en of ik tevreden was met wat ik deed of niet. Had ik ergens geen zin meer in op werk- of studiegebied? Ik stopte gewoon. Niemand had iets te maken met wat ik studeerde of wat ik deed voor werk, als ik er maar tevreden mee was.

Tevreden was ik met mijn werk. Ik gaf les aan pubers en kwam erachter dat het Dikke Reet Syndroom in ieder geval op je twaalfde al flink aanwezig is. Ik moest wel om mijn leerlingen en hun egocentrisme lachen (want: herkenning!) en probeerde ze zoveel als mogelijk bij te brengen van onze prachtige Nederlandse taal. Ik weet niet of dit gelukt is. Dat moet je toch echt aan mijn oud-leerlingen vragen.

Nu ben ik Moeder en is het heel Dikke Reet Syndroom als sneeuw voor de zon verdwenen. Het draait niet meer om mijn welbevinden, maar om het welbevinden van mijn drie zoontjes. Zolang zij gelukkig zijn, ben ik dat ook! Ik had je voor gek verklaard als je me tijdens mijn Dikke Reet zijn had verteld dat ik later, als ik groot zou zijn, als favoriete vakantiebestemming Landal Greenparks op de Veluwe zou hebben! Nu wil ik geen kwaad woord meer over Landal horen en dit zegt genoeg, lijkt mij.

Het Dikke Reet zijn heb ik ingeruild voor het hebben van een dikke reet. Op de een of andere manier hebben twee zwangerschappen niet bijgedragen aan het hebben van een goed figuur en ben ik in plaats van retestrak nu normaal gebouwd, zoals elke Hollandse moeder is. Helaas staat deze gezonde, Hollandse bouw garant voor een blubberbuik (te verdoezelen met kleding), striae (zie je niet als ik kleding aan heb), hangtieten (ze hingen ineens na de geboorte van Mees!) en een Hollandse Moeder Kont.

Met al deze tekenen van lichamelijk verval kan ik prima leven, maar mijn dikke reet is me een doorn in het oog. Sinds een jaar ben ik de niet-zo-trotse bezitster van een brede, platgeslagen Hollandse Moeder Kont. Wat ik ook aantrek, het staat niet meer zo leuk als vroeger. Waar ik vroeger de meeste spijkerbroeken prima paste, moet ik nu heel erg goed letten op de snit en de kontzakken. Let ik hier niet op, dan loop ik het gevaar dat het platte brede van mijn bevallige achterste alleen maar geaccentueerd wordt en dat is niet de bedoeling. Geloof mij!

En toch…Toch interesseert het hebben van een dikke reet me lang niet zo als ik nu doe voorkomen. Er zijn veel ergere dingen dan de Hollandse Moeder Kont! Mijn kinderen zijn honderd, nee duizend, keer belangrijker dan mijn achterwerk, de relatie met Abe is tig keer belangrijker dan mijn achterwerk en ik kan me niet meer indenken dat ik vroeger met het Dikke Reet Syndroom door het leven walste.

Tegen iedereen die er maar niet aan wil dat ik nu toch echt anders in het leven sta dan vroeger in het pre-kinderen-tijdperk wil ik alleen maar zeggen: “Dikke reet!”

22/01/2010

Dikke reet

Vroeger, toen ik nog een jonge deerne was, was ik “Dikke reet”. Dikke reet? Ja, dikke reet! Ik deed waar ik zin in had, hield met weinig mensen rekening en ging figuurlijk gezien met mijn middelvinger omhoog door het leven. Ik noem dit het Dikke Reet Syndroom.

Destijds had ik het niet zo door, maar in retrospectie was het een heel prettige manier van leven. Alles draaide om mij, mijn kledingkast, mijn lichaam (dat ik retestrak probeerde te houden door te hockeyen) en of ik tevreden was met wat ik deed of niet. Had ik ergens geen zin meer in op werk- of studiegebied? Ik stopte gewoon. Niemand had iets te maken met wat ik studeerde of wat ik deed voor werk, als ik er maar tevreden mee was.

Tevreden was ik met mijn werk. Ik gaf les aan pubers en kwam erachter dat het Dikke Reet Syndroom in ieder geval op je twaalfde al flink aanwezig is. Ik moest wel om mijn leerlingen en hun egocentrisme lachen (want: herkenning!) en probeerde ze zoveel als mogelijk bij te brengen van onze prachtige Nederlandse taal. Ik weet niet of dit gelukt is. Dat moet je toch echt aan mijn oud-leerlingen vragen.

Nu ben ik Moeder en is het heel Dikke Reet Syndroom als sneeuw voor de zon verdwenen. Het draait niet meer om mijn welbevinden, maar om het welbevinden van mijn drie zoontjes. Zolang zij gelukkig zijn, ben ik dat ook! Ik had je voor gek verklaard als je me tijdens mijn Dikke Reet zijn had verteld dat ik later, als ik groot zou zijn, als favoriete vakantiebestemming Landal Greenparks op de Veluwe zou hebben! Nu wil ik geen kwaad woord meer over Landal horen en dit zegt genoeg, lijkt mij.

Het Dikke Reet zijn heb ik ingeruild voor het hebben van een dikke reet. Op de een of andere manier hebben twee zwangerschappen niet bijgedragen aan het hebben van een goed figuur en ben ik in plaats van retestrak nu normaal gebouwd, zoals elke Hollandse moeder is. Helaas staat deze gezonde, Hollandse bouw garant voor een blubberbuik (te verdoezelen met kleding), striae (zie je niet als ik kleding aan heb), hangtieten (ze hingen ineens na de geboorte van Mees!) en een Hollandse Moeder Kont.

Met al deze tekenen van lichamelijk verval kan ik prima leven, maar mijn dikke reet is me een doorn in het oog. Sinds een jaar ben ik de niet-zo-trotse bezitster van een brede, platgeslagen Hollandse Moeder Kont. Wat ik ook aantrek, het staat niet meer zo leuk als vroeger. Waar ik vroeger de meeste spijkerbroeken prima paste, moet ik nu heel erg goed letten op de snit en de kontzakken. Let ik hier niet op, dan loop ik het gevaar dat het platte brede van mijn bevallige achterste alleen maar geaccentueerd wordt en dat is niet de bedoeling. Geloof mij!

En toch…Toch interesseert het hebben van een dikke reet me lang niet zo als ik nu doe voorkomen. Er zijn veel ergere dingen dan de Hollandse Moeder Kont! Mijn kinderen zijn honderd, nee duizend, keer belangrijker dan mijn achterwerk, de relatie met Abe is tig keer belangrijker dan mijn achterwerk en ik kan me niet meer indenken dat ik vroeger met het Dikke Reet Syndroom door het leven walste.

Tegen iedereen die er maar niet aan wil dat ik nu toch echt anders in het leven sta dan vroeger in het pre-kinderen-tijdperk wil ik alleen maar zeggen: “Dikke reet!”

Een jaar

27/11/2009

Precies een jaar geleden was dit de laatste dag dat ik zwanger zou zijn. Precies een jaar geleden voelde ik nog niets en dacht dat het nog een paar weken zou duren. Precies een jaar geleden baalde ik van die dikke buik. Precies een jaar geleden was ik het zwanger zijn zat. Precies een jaar geleden…

Precies een jaar geleden werd je geboren. Na weinig inspanning van mijn kant zag ik een heel mooi jongetje met prachtige wenkbrauwen en wimpers, grote voetjes, dikke billetjes en vond ik je precies zoals je moest zijn. Mees.

Precies een jaar geleden werd ik je moeder en wat was ik trots. Nee, dat zeg ik verkeerd: ik ben nog steeds trots! Trots op het feit dat je mijn zoon bent, trots op het feit dat ik je moeder ben, trots op het feit dat Steijn en Hugo je kleine grote broertjes zijn, trots op het feit dat pappa jouw vader is, ik ben gewoon heel erg Trots. Het meest trots ben ik op jou. Jij bent Mees en er is niemand zoals jij! Je bent het allermooiste, allerliefste en allerleukste jongste zoontje dat ouders zich maar in kunnen denken!

Precies een jaar geleden had ik je als pasgeboren frummeltje in mijn armen en had ik niet kunnen verwachten dat een jaar zo snel zou gaan. Ik kon me niet indenken dat je een jaar zou worden, of twee jaar, of twintig, of honderd, want jij was mijn pasgeboren kleine MeesjeMees. (deze bijnaam heb je aan Steijn te danken!)

Precies een jaar geleden zou ik precies een jaar later drie zoontjes hebben, waarvan twee peuters en een bijna-peuter. Die bijna-peuter Mees, dat ben jij! Baby Mees is getransformeerd tot Bijna-Peuter Mees en ik kan er met mijn pet niet bij.

Precies een jaar later ben je zoals ik je heb leren kennen en wie ik dacht dat Mees zou zijn. Je hebt nog steeds ellenlange wimpers, je hebt nog steeds grote voetjes, je hebt nog steeds dikke billetjes en je bent nog steeds precies zoals je moet zijn. Maar! Je bent nog veel leuker, liever, grappiger, mooier, gezelliger en meer Mees dan dat ik ooit had gedacht!

Precies een jaar later zit ik me stevig af te vragen waar ik het afgelopen jaar ben geweest. Het is zo snel gegaan en je hebt zo veel geleerd, dat ik me niet meer in kan denken dat je dat kleine, pasgeboren hummeltje was. Je loopt bijna,zegt vijf woorden, maakt grapjes, kan boos worden als er iets tegen je zin in gebeurt, “leest” boekjes, bent dol op Nijntje en de poes, eet als je een klein bouwvakkertje en je houdt niet van vlees.

Precies een jaar later ben ik tot de conclusie gekomen dat er in een jaar veel kan gebeuren. Precies een jaar later vieren we je eerste verjaardag. Precies een jaar later ben je geen Baby Mees meer. Precies een jaar later ben je al een jaar mijn jongste zoontje. Precies een jaar later vieren je verjaardag met een knalfuif en gaan we pannenkoeken eten!

 

Gefeliciteerd lieverd.

De arrogante nerd

25/11/2009

In mijn vorige stuk schreef ik nog vrolijk over de gave, hippe nerd. Nerd zijn is in! Helaas moet ik mijn woorden gedeeltelijk terug nemen.

Ik onderscheid verschillende categorieën nerds:

  1. De echte nerd. Deze nerd is vrolijk, gezellig en altijd in voor een geintje. Zijn hobby’s zijn schaken bijvoorbeeld.
  2. De verborgen nerd. Deze nerd is nog niet uit de kast gekomen. Hij/zij geneert zich voor zijn nerd zijn en doet er alles aan om aan de rest van de goegemeente te laten blijken dat hij geen nerd is! Hij draagt hippe kleding en heeft sportieve hobby’s, maar desondanks is het voor iedereen zo klaar als een klontje dat hij een nerd is.
  3. De arrogante nerd. Dit is een gevaarlijke nerd. Ech wel! Deze nerd is vroeger vreselijk gepest met zijn/haar nerd-zijn en doet er nu alles aan om dat te compenseren. Dit doen ze door middel van roddel en achterklap en ze meten zich een houding aan van “het geeft niet hoe je bent, maar ik mag je”. Echter, ze trappen een ander zo de grond in om zichzelf beter te voelen, met alle gevolgen van dien. Het is alleen niet makkelijk om deze nerd te herkennen.

Niets  van deze “iedereen is leuk” houding van de arrogante nerd is leuk! Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van de arrogante nerd af, maar ik heb deze zeldzaamheid ontmoet. Dit was een leermoment voor deze nerd!

Maar goed, ik heb dus kennis gemaakt met een arrogante nerd. Een tijd terug ontmoette ik deze persoon en alles begon leuk en aardig. (voor het gemak noem ik deze persoon even Nerde.) Nerde was geïnteresseerd, deed moeite om vriendschap te sluiten en het duurde niet lang of we raakten inderdaad bevriend. Ergens, diep van binnen, was er continu een klein stemmetje in mijn hoofd dat zei dat ik uit moest kijken. Helaas heb ik daar geen gehoor aan gegeven, sufferd die ik ben!

Na een paar maanden vertelde Nerde mij haar levensverhaal (oe, dat klinkt zwaar!) en ik voelde met haar mee. Nerde was veel gepest, had een slechte relatie met haar ouders en had verder niet veel vriendinnen. Ik vond het sneu voor haar, aangezien ik haar best wel leuk vond. (ondanks dat zeurende stemmetje op de achtergrond…) Ook hebben we beiden kinderen van dezelfde leeftijd en zijn we, met een mooi woord, thuisblijfmoeders, dus een band was geboren.

Lang verhaal kort: de geboren band stelde niet zo veel voor. Nerde is een tikje normatief en ik ben alles wat zij niet is en omgekeerd. Persoonlijk had ik daar niet zo heel veel moeite mee, maar Nerde vond mij een slecht voorbeeld voor de kinderen aangezien ik wel eens (vaak) een peuk op steek. Tja, als dit mij een slecht voorbeeld voor de jeugd van tegenwoordig maakt, dan ben ik maar een slecht voorbeeld.

Let wel: dit heeft Nerde nooit in mijn gezicht gezegd! “Er was niets aan de hand”, werd er tegen me gezegd. Natuurlijk was er niets aan de hand, daarom roddelde ze ook in mijn bijzijn over mij met een ander!  Zelf ben ik ook niet roomser dan de paus, maar dit ging me toch echt veel te ver. Stomme Nerde!

En zo blijf ik gefrustreerd door nerds. Vroeger was het mijn inner-nerd, nu is het de arrogante nerd die mij tot wanhoop drijft.

Nu hoop ik dat mijn kinderen later nerdjes blijken te zijn, maar ik heb stiekem een voorkeur.

Ik pleit voor de echte nerd.

Driewerf hoezee voor de echte nerd!

Nerd

25/11/2009

Lang geleden, toen ik zelf een kind was, wilde ik heel graag populair zijn. Populair zijn stond in mijn kinderhoofd immers voor een spannend leven, veel vrienden, gave hobby’s en mooie kleding.

Nu was ik niet impopulair, maar ik was ook niet de “popi jopi” van de klas. Vriendinnen had ik wel, mijn spannende leven bestond voornamelijk uit Goede Tijden Slechte Tijden kijken, mijn gaafste hobby was toch echt klassiek ballet en mooie kleding had ik niet. Sterker nog, ik zag er niet uit met mijn kuif, staartje, lelijke gympen, grote truien en altijd slecht passende spijkerbroeken! Hoe graag ik ook populair wilde zijn, eigenlijk was ik best wel een beetje een nerd. Toegeven dat ik een nerd was? Nooit! Ik deed heel erg mijn best om vooral geen nerd te zijn!

Dit “geen nerd willen zijn” uitte zich in populair taalgebruik. “Tof, gaaf, gers, retestrak, LB” (betekenis: lekker belangrijk) en “ech wel” (zo uitgesproken) hadden en zeer groot aandeel in mijn kindervocabulaire.  Helaas had ik niet door dat mijn “inner nerd” eigenlijk alleen maar meer tot uiting kwam in mijn taalgebruik…

En toen. Toen werd ik een twintiger en interesseerde het nerd-zijn me niet meer. Het draaide niet meer om populair zijn, ik had een stel fijne vriendinnen opgeduikeld (stuk voor stuk geen nerds!), mijn kledingstijl werd met het jaar meer eigen en Goede Tijden Slechte Tijden keek ik nog steeds. Langzaam was ik onbewust mijn inner-nerd aan het bevrijden en ik voelde me er prima bij.

Waar ik vroeger, toen mijn inner-nerd nog diep weggestopt zat, altijd achter de “popi jopi” jongens aanzat, kreeg ik als twintiger steeds meer interesse in de mannelijke nerd. Ik zweer het je, de mannelijke nerds waren een onontgonnen gebied en ik ben blij dat ik dit ras heb ontdekt! Niets is zo leuk als wanneer een man bevlogen praat over de economie (geen interessegebied van mij!), of wanneer ze helemaal blij worden van een nieuwe oude auto! Ze maken zich niet druk over het al dan niet goed liggen in de groep, ze zijn een tikje bleu als het op vrouwen aankomt (zo ontwapenend!) en ze zijn eigenlijk heel stoer en hip in hun nerd-zijn. Het grootste voordeel is toch echt dat de mannelijke nerd trouw is. Je hoeft je niet druk te maken of jij wel de enige bent die met hem tussen de lakens ligt!

Toeval wil dat ik dus met een mannelijke nerd ben getrouwd. Gelukkig getrouwd! Sterker nog: we hebben samen drie zoontjes gekregen en ik mag hopen dat alledrie een flinke set nerdgenen van hun ouders hebben gekregen. De voordelen van nerd-zoontjes:

-          Ze gaan later niet zo veel uit. (Scheelt mij weer een berg slapeloze nachten!)

-          Drugs zijn lang niet zo interessant als een flink robbertje schaak

-          De meisjes zullen ook niet de deur plat lopen als ze zestien zijn. (net als mijn ouders doen mijn kinderen later ook niet aan seks.)

Hoeveel voordelen ik zie aan het nerd-zijn en hoe erg ik stiekem ook hoop dat mijn kinderen later een nerd zullen zijn, ik ben bang dat zij het niet zo zullen zien. Aan mij de schone taak om ze te laten zien dat nerds hartstikke leuk en hip zijn! Iedereen is toch trots op een nerd?

Nerds zijn gaaf! Ech wel. LB wat iemand anders daar van vindt.

Jawel, ze zijn weer in het land: Sinterklaas met zijn pietjes. Lachpiet, Pakjespiet, Handigepiet, noem maar op en ze zijn er!

Mijn kinderen genieten volop van het hele Sinterklaasgebeuren en ik geniet met ze mee. Steijn en Hugo zingen zetten hun schoentjes, zingen enthousiast een liedje (“Sinterklaasje Bolle Bolle Bolle”), zijn dolblij met hun cadeautjes en eten zich ongans aan kruidnoten. Mees is nog klein, maar vermaakt zich prima met zijn nieuwste Nijntje-puzzel en babytelefoon.

Alles leuk en aardig, maar de andere buitenlander die zich in ons land heeft aangediend vind ik beduidend minder leuk. Toegegeven, het eten uit het desbetreffende land is heerlijk, de muziek is leuk en ik zou er graag een keer op vakantie gaan, maar er is nu iets bijgekomen waar ik niet zo blij van word. Zo geweldig als Sinterklaas en de hele sfeer er om heen is, zo onzeker word ik van de Mexicaanse Griep. Aanvankelijk dacht ik dat het allemaal wel mee zou vallen, vervolgens hoorde ik over Mexicaanse doden en kwamen er berichten over massale inentingen. Brrrr, wat ik je brom!

Doorgaans ben ik geen pillentikker en maak ik me niet snel druk, maar over twee dingen kan ik me de laatste tijd heel erg opwinden:

  1. Wat geef ik de jongens namens Sinterklaas? We zijn al een speel-o-theek gezien de enorme lading speelgoed die we hebben en daar komt dus nog meer bij. Voor Steijn en Huug is het nog redelijk makkelijk (hoera voor Duplo! Hoera voor Bambino Loco!), maar voor Mees is het een netelige kwestie geworden. Wat geef ik mijn jongste zoontje van een jaar dat binnen een maand tijd zowel zijn verjaardag, Sinterklaas en kerst op de agenda heeft staan? Suggesties zijn meer dan welkom!
  2.  Laat ik mijn kinderen vaccineren of niet? Wat zijn de voordelen van een vaccinatie? (in ieder geval geen Mexicaanse toestanden hier in huis!) Wat zijn de nadelen? Welke afweging maak ik? Jemig, ik ben onzeker!

Ik hou niet van onzeker zijn! Waarom wist ik vroeger in mijn hippe prémoedertijdperk niet dat je naast je kinderen een heleboel angsten en onzekerheden cadeau krijgt als je kinderen krijgt? Heel de zeven maanden durende zwangerschap van Steijn en Hugo heeft niemand, geen enkel persoon, me verteld dat je ineens overal gevaar ziet en een berg onzekerheden er gratis en voor niets bij krijgt du moment dat je kind(eren) geboren wordt/worden!

De grootste onzekere klapper was dus het wel/niet vaccineren. Na heel lang niet nagedacht te hebben (ja, ik zat in ontkenning!) heb ik toch besloten om ze in te laten enten. Eerlijk? De massale vaccinatie viel me honderd procent mee en het was zo gepiept! De jongens hebben even gehuild, maar dat kan ook komen doordat er in de arm werd geprikt. Steijn en Hugo wilden namelijk die naald in hun billetjes. (typisch geval van: je bent twee en het leven valt niet mee.) Na de prik aten we een zak kruidnoten, dronken warme chocola en zaten Steijn en Huug zich te verheugen op het schoentje zetten. Ha!

Hoort wie klopt daar kinderen? In ieder geval iets Spaans en niet iets Mexicaans!

Adios amigos Mexicanos y hola amigos Espanolas!